woensdag 18 september 2013

meessjeesskelter.

meessjeesskelter…

’Meester, je doet toch niet echt mee, hè?,’ vroeg Henke.
’Niet mee doen? Niet mee doen? Natuurlijk doe ik mee. Iedereen doet mee. Iemand die niet meedoet heeft niet veel over voor onze krakkemikkige oude vertrouwde piepende en knarsende school’, zei meester Korneel.
’Maar doe je écht echt mee, dan?,’ vroeg Henke nog een keer met een gezicht waaraan je kon zien dat hij het nog niet helemaal of helemaal niet geloofde.
’Tuurlijk doe ik mee. Deze krakkemikkige pieperige school heeft geld nodig om de deuren weer wat rechter te laten hangen en de ramen minder te laten tochten. Deze sponzen actie is toch geweldig!,’ riep meester.
’Sponsoractie, meester. het is een sponsoractie. Geen sponzenactie’, zei directeur Zwarfdreumer, die ook bij ons op het schoolplein was komen staan.
’Oh, juist ja… sponsoractie. Leuk idee trouwens. Wie heeft dat eigenlijk bedacht?,’ vroeg meester terwijl hij knipoogde naar mij.
’Wat dacht je?,’ vroeg de directeur. Meneer Zwarfdreumer kreeg een grappige grijns op zijn bleke gezicht. Ik had hem nog niet vaak grijnzend zien kijken.
Meester Korneel haalde zijn schouders op.
’Juf Martine misschien?,’ vroeg meester een beetje gespeeld dommig. Natuurlijk wist hij wel wie had bedacht dat we geld zouden inzamelen om speeltoestellen voor op het schoolplein te kunnen kopen.
’Juf Martine? Tsss… nee, zoiets bedenkt juf Martine echt heus wel niet hoor. Nee, Korneel, dat is een bedenksel van mij,’ zei directeur Zwarfdreumer trots.
’Leuk idee hoor. Hoe gaat u meedoen dan?,’ vroeg meester Korneel.
’Meedoen? Ik? Nee, ik doe niet meer. Ik toeter iedereen weg natuurlijk. Zou wel vreemd zijn, een directeur die gewoon met de kinderen mee doet. Dat moeten we toch maar niet doen, toch? Ik zie ons al meedoen, meester Korneel. Moet niet gekker worden, een juf op skeelers, of een meester rennend achter de kinderen aan om geld bij elkaar te sprokkelen voor dit schooltje. Of nog gekker, een meester op een skelter of zo. Nee, alleen het idee al.’

Directeur Zwarfdreumer keek meester Korneel aan en bewoog dan wat warrig met zijn ogen.
Meester Korneel zuchtte diep.
’Wat zucht je, meester Korneel. Je wilt me toch niet vertellen dat jij wel mee gaat doen, wel?,’ vroeg Zwarfdreumer.
’Eeeeh… hmmmpfff… eeehm… dus… ja wel… ik doe mee… op een skelter,’ zuchtte meester Korneel nog dieper dan diep.’
Directeur Zwarfdreumer keek eerst wat bleekjes wit, daarna wat grijs en nog wat grijzer. Daarna veranderde de kleur van zijn gezicht via lichtroze naar wat donker roze, dan naar lichtrood en tenslotte via donker en donderrood naar lichtpaars, pimpelpaars en diepzwartpimpelpaars.
’Dus… je doet mee aan de sponsorloop… op een skelter. Tssssss, moet niet gekker worden,’ zei de directeur. Hij draaide zich om en snelde benend bij ons vandaan.
‘Dus je doet écht mee, dan!,’ zei Henke, vrolijker dan eerst. Henke keek om zich heen en ik keek mee.
’Waar staat je bolide dan, meester?,’ vroeg hij vrolijk.
’Daar’, zei meester en wees naar het fietsenhok.
’Wow, da’s een echte super skelter zeg’, juichte Henke. ‘Hoe kom je daar aan, meester?,’ vroeg hij.
’Ach, wat zal ik zeggen… een beetje van alles en nog wat bij elkaar geraapt. Ik ken iemand bij de stortplaats en die vindt wel eens wat: paar zachte lekke bandjes, een in elkaar gesoldeerd onderstel van een wrakke skelter, een paar tandwielen, een stuur zonder de auto waarin hij zat en een zadel van een oude doodgestorven brommer. Dat soort dingen dus. Samen hebben we deze skelter in elkaar gefrommeld.’
Even was het stil op het schoolplein. Directeur Zwarfdreumer liep ondertussen hoofdschuddend langs ons, met één of andere toeter in zijn hand.
’Wie heeft het meeste gedaan dan?,’ vroeg Henke.
’Nou, ik,’ zei meester verbaasd. ‘Ik heb jullie wel eens verteld dat ik een uitvindopa had. Die was veel in zijn uitvindhut aan het uitvinden en aan het invinden en aan het voorvinden en navinden en bovenvinden en ondervinden. Hij was een echte vinder en van hem heb ik dat handige geleerd… denk ik. In elk geval. Mijn uitvinder opa was ook altijd aan het knippen en plakken met allerlei prullen en spullen. Ik nu dus ook, omdat ik die sponzenloop zo’n geweldig idee vindt.’
’Sponsorloop,’ zei directeur Zwarfdreumer, die toevallig net langs kwam, nog steeds met een grote, vreemd uitziende toeter in zijn hand.
’Sponsorloop dan,’ zuchtte meester. Hij liep bij ons vandaan en kwam even later terug, op zijn superskelter. Meester Korneel paste precies op de skelter. Hij lag een beetje achterover, met zijn handen uitgestrekt naar het vetleren stuur. Het stuur was niet helemaal rond, eerder wat ovaal, maar het leek wel geinig. Er zat ook nog ergens een toeter met een rubberen bal die meester indrukte op het moment dat hij bij ons stopte. Het overal tussen door dringende geluid van de toeter maakte dat iedereen op het schoolplein stil bleef staan en naar meester Korneel en zijn skelter keek.
Directeur Zwarfdreumer kwam met een donkerpaarsgezwart gezicht dichterbij.
’Ík blaas iedereen straks weg, Korneel,’ riep hij wat sissend. ‘Niet jij,’ zei hij er stilletjes achteraan.
Meester Korneel grinnikte zonder geluid.
Directeur Zwarfdreumer ging op een stoeltje staan.
’Allemaal aan de start,’ riep hij. Iedereen kwam dichterbij. We mochten op skeelers de sponsorloop doen, of rennend, of hoe je het ook maar wilde. Charlie wilde gaan kruipen. Echt wat voor Charlie maar we moesten eerst wachten op het startschot van directeur Zwarfdreumer. Hij stond bij de startlijn.
’Jongens en meisjes en één verdwaalde meester…,’ zo begon hij en keek meester Korneel aan terwijl hij zijn hand even voor zijn ogen deed.
’Beste meisjes en jongens. Ik blaas straks op deze toeter. Deze speciale toeter die ik ooit eens gewonnen heb met een versierde fiets wedstrijd. Mijn fiets was als allermooiste versierd en ik heb toen deze speciale toeter gewonnen. Een toeter zo speciaal dat ik hem alleen voor bijzondere gelegenheden uit de koffer haal waar hij de rest van het jaar veilig in opgeborgen zit. Maar ach… het gaat vandaag niet om mij en mijn speciale toeter. Het gaat vandaag om jullie, omdat jullie bedacht hebben dat het nodig is om zonodig geld in te zamelen voor onze mooie verse strak in de verf zittende school. Tja, omdat jullie het zo broodnodig vinden of zoiets zal ik het beginsignaal geven. Ik, die deze sponsorloop dan toch maar bedacht heb. Ik zie dat jullie allemaal staan te popelen dus hier ga je. Klaar voor de start!,’ zei directeur Zwarfdreumer. Hij wilde in de toeter blazen maar op het moment dat hij de toeter aan zijn lippen zette klonk een geluid dat we al eerder hadden gehoord. Ook nu drong het geluid van de toeter van de skelter van meester Korneel overal tussen door en over heen. Iedereen begon aan de sponsorloop en tien seconden later klonk zacht het ienie mini toetergeluid van een pimpelpaarsrode directeur Zwarfdreumer. 
’Heb ik weer,’ hoorde ik meester Korneel zeggen terwijl ik naast hem in mijn skelter reed. Ik zag dat juf Martine dubbelgevouwen van het lachen bij de startstreep stond. Ik weet zeker dat zij, en niet meester Korneel, getoeterd had met de hoetemetoeter van meesters skelter. Meesters skelter kraakte en krakte naast me. Meesters voeten trapten de pedalen rond. Die knarsten en barsten, ze krasten en brasten. De ketting piepte en zwiepte, hij ratelde en reutelde, rochelde en hoeste, net als de banden waarop de skelter reed. Toch kwam meester snel vooruit op zijn bij elkaar geraapte in elkaar gefrutselde skeltermobiel. Meester reed zo snel dat ik hem bijna niet bij kon houden. We kwamen weer in de buurt van de start. Ik zag directeur Zwarfdreumer zwaaien met zijn armen hoog in de lucht. Hij riep ook wat maar ik ging te snel om hem te verstaan. De wind suisde langs mijn oren. Ik deed mijn best om meester Korneel bij te houden. Dat lukte. Zeker omdat hij moeite had met sturen. Hij ging op twee wielen door de bocht en bijna was hij omgekieperd. We gingen sneller en sneller. Ik hoorde haast niets, alleen het piepen van de knetterende knatterende sjeesskelter van meester. Opeens zag ik dat er wat van de skelter afvloog. Ik kon niet zien wat het was. Het leek wel een schroef, of een boutje of een moertje of een nippeltje. ’Het is geen wedstrijd, meester,’ riep ik naar meester.
Meester Korneel begon te lachen en zwaaide even naar me toen we weer vlakbij de bocht, vlak voor de startstreep, kwamen. Toen gebeurde het. Ik reed er bij en keek er naar. In de bocht vlakbij de eindstreep en de startstreep vloog er weer wat van meesters sjeesmobiel. Nu was het wat groter. Het was het rechter voorwiel en ik zag het verschrikte gezicht van meester Korneel. Hij rukte met één hand aan zijn handrem en met zijn andere hand omklemde hij zijn stuur en trok er aan. Dat was te veel van het goede voor de gefrutselde sjeesskelter van sjeesmees Korneel. Ik stopte maar meester reed nog even door met zijn handen los. In zijn ene hand had hij de stang van de handrem, in zijn andere hand het stuur. Stuurloos en remloos schoot hij naar rechts. De skelter zou gewoon in de berm tot stilstand zijn gekomen maar op de plek waar de sjeesskelter stil zou komen te staan stond iemand. Niet zo maar iemand. Directeur Zwarfdreumer stond precies daar en kreeg de schrik van zijn leven toen meester Korneel op hem af kwam sjezen. Van schrik gooide de directeur zijn toeter weg en sprong met een hoge gillende afgrijselijke kreet opzij. Op de plek waar directeur Zwarfdreumer net nog had gestaan kwam sjeesmees Korneel tot stilstand. Geschrokken stapte meester Korneel uit zijn driewieler die even daarvoor nog een vierwieler was. Hij wilde naar directeur Zwarfdreumer lopen maar bleef opeens stokstijf staan. Directeur Zwarfdreumer, die zijn speciale toeter weer wilde oprapen, bleef nog meer stokstijf staan. Meester en de directeur keken allebei naar de straat. Daar lag de versierde fiets toeter, platgereden door de linker voor en de linkerachterwiel van de skelter van meester Korneel. Hoofdschuddend raapte directeur Zwarfdreumer de plettoeter op en liep weg.
’Heb ik weer,’ mompelde meester Korneel. Ik kwam naast hem staan. Elle Mieke ook, net als juf Martine.
’Het leek wel mooi,’ fluisterde juf Martine. Daarna schudde ze haar hoofd.
’Je skelter past wel bij deze sponsorloop,’ zei ze. ‘Net zo krakkemikkig en piepend en krakend als die school van ons.’
Meester knikte en begon weer wat kleur op zijn gezicht te krijgen. De sponsorloop ging verder en meester liep naar school. Even later kwam hij weer terug met een bord. In sierlijke letters had hij op het bord geschreven: skelter te koop. Tegen elk aannemelijk bod. Ik schudde mijn hoofd.
’Ik denk dat je hem naar de stort moet brengen, meester. Daar hoorde hij sowieso al thuis.’
Meester knikte. ‘Je hebt gelijk, Steen. Je hebt helemaal gelijk. Ik schroef straks deze toeterige hoorn van mijn skelter en leg die straks bij mijn verzameling bizoendere voorwerpen. Een mooi aandenken aan een gedenkwaardige sponzenloop,’ zuchtte hij.
’Sponsorloop, meester Korneel. Het is een sponsorloop,’ zei juf Martine lachend en het leek net of ze directeur Zwarfdreumer nadeed.


Dit is een meester Korneel productie voor de Kinderboekenweek 2013 #KBW2013.
Om (voor) te lezen.
Klaar voor de Start!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen