maandag 9 september 2013

Kinderboekenweek: voetballen is geen kunst!

Voetballen is geen kunst!


‘Meester, voetbal je mee?’, vroeg Charlie.
Meester Korneel keek verbaasd naar Charlie. Of verbijsterd. Of allebei.
‘Voetballen? Ik? Hier? In de klas bedoel je?’, stamelde meester.
‘Ja. Voetballen! Hier! In de klas dus’, antwoordde Charlie.
‘Hoe kom je er bij om hier te gaan voetballen?’, vroeg meester. ’Geef maar op, die bal. Je weet dat we hier niet met een bal spelen.’
Charlie knikte.
‘Ja, dat weten we. Maar deze bal lag in de kast. Tussen de spelletjes. En we mochten een spel uit de kast kiezen, toch?’, zei Charlie. Zijn hoofd stond een beetje scheef en hij keek lachend naar meester Korneel.
‘Ja, dat mocht. Maar sommige regels zijn belangrijker dan andere. ‘Niet voetballen’ is belangrijk. Stel je voor dat je dit kunstvoorwerp raakt als je te hard en te onzuiver tegen die bal aanschopt.’
Charlie volgde meesters blik. Op meesters bureau stond inderdaad een kunstvoorwerp. Het was een gipsen beeldje, gemaakt door de vrouw van directeur Zwarfdreumer. Vanmorgen was de directeur de klas in gekomen en had het beeldje op meesters bureau gezet. Zwarfdreumer had er bij verteld dat zijn vrouw op een cursus zat waar ze gipsen beeldjes maken. Maar ze had er zo veel gemaakt dat de directeur voor elke klas één mee naar school had genomen. ‘Kunst’, had Zwarfdreumer geroepen. ‘Belangrijk dus. Kunst. In elke klas hoort kunst te staan. Het maakt niet uit hoe het er uit ziet. Als het maar kunst is. Zeker kunst die gemaakt is door mijn vrouw. Dat is pas kunstig. En helemaal als het een beeldje is dat lijkt op mijn vrouw. Een zelfbeeldportret, noemt ze het. Kijk maar eens naar die sierlijke lijnen van haar gezicht. De vormen van haar lichaam en de stevigheid van haar benen. Mooi zelfbeeldje, niet?, vroeg hij aan niemand in het bijzonder.’ Daarna was hij weggelopen.
Meester wees naar het beeldje.
‘Gemaakt door de vrouw van de directeur. Het ís de vrouw van de directeur, zogezegd’, zei hij nog een keer nadrukkelijk.
‘Dus geen voetbal in de klas.’
Charlie haalde zijn schouders op.
‘Okay dan. Hier.’ Charlie hield zijn arm recht naar voren met zijn hand tot vuist gebald.
‘Hier?’, vroeg meester. ‘Hoe bedoel je? Heb je die voetbal in je hand of zo? Dat kan toch niet?’
Charlie grijnsde zoals alleen Charlie kon grijnzen. Hij opende zijn hand.
‘Een voetbal meester. Om precies te zijn: een blaasvoetbalbal. Uit dat spel daar.’
Charlie wees naar mijn tafel. Daar stonden twee plasticen doeltjes. En er lagen vier blaaspijpjes. Henke, Gjalt en ik zaten al klaar.
‘Blaasvoetbal dus’, zei meester Korneel en hij lachte. ‘Ik doe mee. Hmpf. Daar had je me mooi voor de gek gehouden. Ik dacht dat je echt wilde voetballen in de klas. Alleen het idee al dat er iemand in deze klas tegen een bal aan trapt. Onmogelijk.’
Meester kwam bij ons zitten en al snel waren we aan het blaasvoetballen. De bal rolde meer op de grond dan op de tafel maar het lukt Gjalt en mij toch om een keer te scoren. Meester en Charlie deden daarna extra hun best om ook een doelpunt te maken. Meesters gezicht werd rood van het blazen en bij alle vier kwam er tegelijk met de lucht ook spetters spuug op het speelveld en tegen de bal.
‘Even een adempauze hoor’, zei meester toen de bal weer eens op de grond lag. Dat wilden we allemaal wel.
‘Wat zie jij er verhit uit’, zei meester tegen Gjalt.
‘Jij ook, meester. Je hoofd is zo rood als een boei’, antwoordde Gjalt. Daarna zette hij zijn bril weer recht op zijn neus. Charlie wiste wat zweet van zijn voorhoofd en ik zwaaide mijn blaaspijpje een paar keer heen en weer. Spuugspetters verlieten mijn wedstrijdblaaspijp. Ik wreef ze met de mouw van mijn shirt van het speelveld.
‘Bah, zeg. Wat een smerig spel’, zei Elle-Mieke. Ze keek toe hoe ook de anderen hun blaaspijpje leeg schudden.
We haalden onze schouders op.
‘Hoort er bij’, zei Gjalt.
‘Voetbal is puur natuur’, zei Charlie.
‘Een beetje smerig mag toch wel?’, vroeg meester.
‘Je hoeft niet te kijken hoor’, zei ik.
Elle-Mieke draaide zich om en Gjalt legde de bal weer klaar. Het was een knikker deze keer.
‘Beetje zwaarder, beetje moeilijker. Nu komt het er op aan wie de beste en langste adem heeft.’
Dapper voetbalden we verder en al snel scoorden Gjalt en ik nog een keer.
Meester en Charlie keken elkaar aan.
‘Kom op, meester’, zei Charlie.
Meesters hoofd was pimpelpaars. Hij zuchtte.
‘Nog even’, hijgde hij. Charlie legde de knikker in het midden en we gingen door. Maar niet lang. Meesters hoofd werd nog meer paars dan pimpelpaars. Hij haalde de blaaspijp uit zijn mond en leunde achterover. De knikker rolde langzaam van tafel af omdat iedereen stopte. Hij stuiterde een keer en in een reactie schopte meester tegen onze blaasvoetbalbal. Hoe hij het deed weet niemand maar hij schopte de knikker hard door de klas in de richting van zijn bureau. Daar stond het gipsen beeldje, gemaakt door de vrouw van directeur Zwarfdreumer. Er klonk een ‘tok’ waarna er twee knikkers op meesters bureau vielen. De knikker die meester weg had geschopt en… de kop van het beeldje.
‘Oeps, heb ik weer’, zei meester. ‘Een standbeeld zonder hoofd.’
‘Ja, en niet zomaar een standbeeld’, zei ik.
‘Nee, Steen. Dat is zo. Het is een beeldig beeldje van de vrouw van de directeur. Ach en wee, dat moet mij weer overkomen.’
Meester liep er naar toe en zuchtte diep.
‘Dat krijg je ervan, meester, als je voetbalt in de klas’, zei Gjalt.
Meester pakte het gipsen beeld in zijn linkerhand. Het kopje pakte hij ook beet maar dat brokkelde af toen hij het vastgreep.
‘Heb ik weer’, zei hij nog eens.
Plotseling ging hij rechtop zitten. ‘Secondenlijm’, mompelde hij. Meester greep een tube uit zijn bureaula, pakte de knikker en liet een paar druppels superlijm op de knikker vallen.
Vervolgens zette hij de knikker op het beeldje.
Op dat moment kwam directeur Zwarfdreumer de klas in. Hij zocht iets met zijn ogen. Meester wilde het beeldje achter zijn rug verstoppen. Te laat.
‘Wat is hier gebeurd?’, vroeg Zwarfdreumer.
Meester Korneel liet bedremmeld het beeldje zien.
‘Ongelukje’, zei meester.
Maar wat niemand verwachtte gebeurde. Directeur Zwarfdreumer schoot in de lach.
‘Geweldig. Zo heb ik mijn vrouw nog nooit gezien. Dít is pas echte kunst, meester Korneel’, zei hij grinnikend.
‘Dit is veel beter en mooier dan die gipsen prullen die mijn vrouw maakt. Dit is super. Ik was blij dat ik een paar hier mee naar school mocht nemen. Dan hoefde ik er thuis tenminste niet tegen aan te kijken. Nee zeg. Dit is geweldig. Deze neem ik mee naar huis, als je het goed vindt. Je hebt verschillende materialen gebruikt. Dat is pas kunst! Dank je wel, meester.’
‘Alsjeblieft’, zei meester Korneel en hij gaf het beeldje aan de directeur. Lachend verliet hij daarna het lokaal.
‘Nou moe’, zei meester. ‘Dat had ik niet verwacht.’
‘Wij ook niet, meester’, zei Charlie. ‘Zie je wel dat voetballen in de klas toch wel ergens goed voor is.’
‘Zo lachend hebben we de directeur de laatste tijd niet gezien’, zei ik.
‘Dat klopt. Leve het voetballen’, zei meester. Daarna stond hij op, pakte de doeltjes, de blaaspijpjes en de blaasvoetbalbal. Hij stopte alles in de doos en legde die op de vensterbank, bij de rest van zijn verzameling bizoendere voorwerpen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen