woensdag 18 juli 2012

tour de France #TdF 18 juli 2012



Ik heb vandaag de etappe vertweet...
Of was ik het niet, maar Thomas Voeckler...
In het hoofd van een ander kruipen, niet mijn sterkste kant. Of toch wel?

#TdF 18 juli 2012

mijn longen schreeuwen
waar ik fluister
ze willen het zoet
uit de zuurstof halen
die als een deken
over de bergwand ligt
 #TdF #straks

vertraagt
de berg vertraagt
met lome pedaalaai
ga ik verbinding aan
met de berg
die vertraagt
vertraagt...

 #TdF #Aubisque

ik zucht gedachten
ze zweven weg
bestijgen de Aubisque
voor ik het doe
straks, na nu
vind ik mijn zuchten
en gedachten terug
 #TdF

het asfalt verkleefd
mijn voorwiel zwerft
vindt de goede plek
om te ronden
ik zie zonder kijken
ga sneller dan stilstaand
bergop

 #TdF

ik pak een stukje karton
knijp het met een wasknijper
om een spaak
van mijn achterwiel
laat herinneringen
bergop meefietsen
 #TdF

ik mag nog niet weg
mijn benen protesteren
blijf zitten
waar ik zit
gooi alleen mijn gedachten
alvast vooruit

tot over de bergtop
 #TdF

zeventienhonderdnegen
gewoon een getal
geeft de hoogte aan
van de molshoop
die mijn fiets gaat bedwingen
en ik mag mee
 #TdF #Aubisque

mijn stuur zwalkt
schreeuwt me vooruit
ik luister
met mijn oren dicht
nanananana, mompel i
ik wacht nog even
heb geduld
 #TdF

ik sluimer mijn gedachten/
weet van de weg die komt/
parkeer volgende week/
ben bezig met nu/
en de gedachten/
die telkens binnen komen
 #TdF

de aderen op mijn handen/
zijn de bergen/
die ik over moet/
zo ben ik/
mijn eigen bergen/
moet mezelf overwinnen/
om verder te komen
 #TdF

bloed doorruist mijn oor/ 
het is mijn zee/
ik neem hem mee/
de berg op/
verfris met zijn zout/
mijn gedachten/
als ik naar boven fiets
 #TdF


mijn pedalen dansen/
ze zwieren/
ik dans zwierend mee/
we glimlachen naar elkaar/
terwijl we elkaar/
in de ogen kijken
 #TdF


de bocht laat me hangen/
mijn voet ruikt het asfalt/
van nog meer dichtbij/ 

ik zet aan/
met de bocht/
volgend in mijn kielzog
 #TdF


ik Aubisque me naar boven/
handen in gebed om het stuur/
ik praat tegen ze, ze kletsen terug/
fluisterend om kracht te sparen
 #TdF


ik verberg me/ 
in mijn schaduw/ 
kom op, roep ik/ 
hij glimlacht/ 
mijn schaduw/ zet aan/ 
komt naast me/ waarop we/ 
samen verder rijden 
#TdF

ik doorklief de lucht/ 
ze schreeuwt de woorden/ 
die ooit zijn achtergelaten/ 
tijdens eerdere afdalingen/ 
ik neem ze in me op
 #TdF #Aubisque

slinger maar/ 
lach ik/ 
tegen de afdaling/ 
voor me/ 
slinger maar/ 
en ik/ 
ik slinger met je mee
 #TdF #Aubisque

ik kleur me/ 
over het grijze asfalt/ 
blijf binnen de lijntjes/ 
gebruik groen en blauw/ 
licht en donker/ 
ik kleur me/ 
naar beneden
 #TdF

mijn wielen schetsen/ 
laten strepen achter/ 
vrijwel onzichtbaar/ 
op het wegdek/ 
schrijven woorden/ 
vol moed/ 
vol overwinning/ 
op mezelf
 #TdF

ik laat mijn wielen lopen/ 
hou ze niet tegen/ 
ga maar, ga!/ 
neem me mee/ 
naar waar ik nooit was/ 
neem me mee/ 
dalwaarts/ 
en neem me mee
 #TdF

mijn voeten sturen/ 
niet mijn handen/ 
ze sturen mij/ 
en de weg/ 
die rollend/ 
onder me door schiet/
 #TdF #Aubisque

de lucht rondom me/ 
vult zich met geschiedenissen/ 
van eerdere rondes/ 
ik neem ze mee/ 
terwijl ik zelf doorleefde gedachten achterlaat
 #TdF

ik leg een weg aan/ 
sneller dan ik daal/ 
blaas asfalt voor mijn voorwiel/ 
achter me/ 
lost het op/ 
terwijl ik vlieg, vlieg
 #TdF

ik slinger me/ 
Tourmalettend/ 
naar boven/ 
mijn wielen slurpen/ 
het vocht/ 
uit het asfalt/ 
geven het me/ 
ik bedank/ 
verder slingerend
 #TdF

mijn stuur/ 
knijpt me/ 
in mijn arm/ 
droom je/ 
vraagt ze/ 
was het maar zo/ 
fluister ik
 #TdF #Tourmalet #klim

ik dans/ 
zwier/ 
aai mijn pedalen/ 
ze strelen terug/ 
ik dans/ 
leef/ 
voel/ 
vind/ 
de Tourmalet glimt/ 
toe maar/ 
zegt ze/ 
dans maar
 #TdF

ik kijk om/ 
zie mezelf/ 
in de bril/ van mijn volger/ 
ik kijk om/ 
krijg de grijns terug/ 
die ik even hiervoor/ 
naar de bril verzond
 #TdF

ik zucht/ 
maar hoor het niet/ 
ik hoor mezelf niet/ 
voel in mijn zuchten/ 
dat ik woordloos/ 
mezelf moed moet inspreken
 #TdF #Tourmalet

ik moed mijn wanhoop/ 
raas mijn kal/ 
sla mijn lurven/ 
grijp me bij mijn kladden/ 
ik pedaalaai mijn fiets/ 
op weg naar boven
 #TdF #Tourmalet

het asfalt grijnst/ 
ik grimas/ 
we hebben elkaar nodig/ 
zonder hem geen mij/ 
zonder mij geen hem/ 
we grijnslachen/ 
op weg naar de top
 #TdF

het asfalt opent/ 
ik dicht het/ 
met zoute druppen/ 
mijn achterwiel/ 
zwemt de berg op/ 
ik zwem mee/ 
badend in zout asfalt
 #TdF #Tourmalet

ga maar staan/ 
zegt mijn fiets/ 
toe maar/ 
kijk eens anders/ 
ontspan de spanning/ 
kijk waar je was/ 
zie waar je gaat...
 #TdF #Tourmalet

ik zou wel/ 
zo vlak onder de top/ 
het kartonnetje/ 
met een wasknijper/ 
aan mijn spaak knijpen/ 
dagdromend terug/ 
naar ver van hier
 #TdF

wanneer ik boven ben/ 
stap ik even af/ 
denk ik/ 
en anders/ 
blijf ik zitten/ 
denk ik/ 
het dal lokt/ 
met zijn zwaartekracht
 #TdF #Tourmalet

ik stap even af/ 
in gedachten/ 
even de stramheid/ 
uit mijn hoofd waaien/ 
frisheid binnen laten/
 #TdF #Tourmalet #afdalen

leeg, mijn hoofd/ 
toch vol met indrukken/ 
kleuren die zingen/ 
de flank van de Peyresourde/ 
neuriet met me mee/ 
als ik fietsdans
 #TdF

mijn stuur/ 
geeft me een hand/ 
ik grijp hem/ 
hou hem vast/ 
ik heb je nodig/ 
fluistert hij/ 
ik jou/ 
lispel ik terug
 #TdF #beklimming

ik licht mijn tred/ 
veder mijn gewicht/ 
omarm de zwaartekracht/ 
voel dat de top/ 
me aan een lijntje heeft/ 
me binnenhaalt/ 
juichend
 #TdF

ik zie de letters/ 
lees ze niet/ 
ze schuiven onder me door/ 
mijn naam/ 
ik voel mijn naam/ 
hij schreeuwt me verder/ 
duwt me soepel voort
 #TdF

stil en zwijgend/ 
proef ik de bergkleuren/ 
zinder ik de zon/ 
leef me leffend/ 
klim ik dansend/ 
dans ik zwevend
 #TdF #leven

het zal de pijn zijn/ 
het diepe ademhalen/ 
het voelen van de dag/ 
het intens beleven/ 
het zal het zijn zijn/ 
dat maakt dat ik ben
 #TdF

mijn fiets speert/ 
snijdt door de wind/ 
overvliegt het asfalt/ 
voelt de finish/ 
en ik/ 
ik speer snijdend/ 
voelend vliegend mee
 #TdF

ik luister/ 
hoor de handen/ 
ze spreken me toe/ 
waar ik mijn handen gooi/ 
de lucht in/ 
ik ben er/ 
nu
 #TdF #Voeckler

maandag 9 juli 2012

de wesp


Ik heb een verhaal geschreven. En voorgelezen aan onze zoon Tijn.
Van hem is het woord 'hopsateetje'. Daarmee is dit verhaal ook voor hem.
En voor alle andere jongens van bijna vijf.
En voor alle meisjes van bijna 5.
En voor alle andere jongens en meisjes van alle andere leeftijden...


De wesp


‘Aaaah. Nee. Dit is niet leuk, juf’, roept Cars.
Juf Ciska kijkt op.
‘Wat is niet leuk, Cars’, vraagt ze.
‘Het is hier koud. Het raam staat open.’
‘Nou moe. Hoe kan dat?’, zegt juf verbaasd.
‘Geen idee, juf. Maar het tocht wel.’
Juf Ciska kijkt naar alle kinderen.
‘Cars ziet dat het raam open staat. Wie heeft het open gezet?’
‘Ik niet’, zegt Tijn.
‘Ik vroeg niet wie het niet had opengezet. Ik vroeg wie het wel had gedaan.’
Jente staat op.
‘Ik weet het juf. Het was meester Geert.’
Juf Ciska zwabbert met haar armen.
‘Meester Geert?’, vraagt ze.
‘Hopsateetje, waarom dat dan?’
‘Hij vond dat het hier stonk’, zegt Jente.
‘Ja, naar parfum’, zegt Tijn.
‘Die geur moest uit de klas.’
‘Hopsateetje. Dat kan niet. Ik heb geen parfum.’
Juf Ciska loopt door het lokaal.
Ze stampt met haar voeten.
‘Wat doet die meester Geert toch steeds in mijn klas. Hij heeft hier niets te zoeken.’
Juf Ciska moppert. Ze sluit het raam.
Sam steekt zijn vinger op.
‘Waarom mag het raam dan niet open, juf?’
Juf Ciska zucht.
‘Omdat. Ja, omdat zo maar. Dat komt door de…’

‘Weps’, gilt Fleur.
‘Waar?’, roept juf Ciska.
Fleur kijkt naar het raam en wijst.
Juf ziet de wesp.
‘Het is een wesp, Fleur’, zegt ze. ‘Geen weps.’
Fleur kijkt naar de juf.
‘Daar wil ik niet over nadenken, juf. Voor mij is het een weps. Wil je hem wel weghalen?’

Juf Ciska knikt.
Ze mompelt. Ze kijkt om zich heen.
De kinderen zitten allemaal op hun stoel. Ze kijken naar het raam. En naar de wesp.
Fleur bibbert. Ze gilt altijd als er een wesp in het lokaal is. Ze kan niet tegen de steek van een wesp.
Dan krijgt ze hele dikke rode bulten. Ze noemt een wesp een weps. Ze vindt wespen niet leuk. Fleur is er bang voor.
‘Daarom moest het raam dicht’, mompelt juf Ciska.
Haar lippen krullen.
‘Hopsateetje. Die domme meester Geert toch. Hij weet toch dat er wepsen zijn.’
‘Wespen juf’, zegt Sam. ‘Het is een wesp, geen weps.’
De wesp loopt tegen het raam.
Zijn sprieten gaan heen en weer.
Fleur doet haar handen voor haar ogen.
‘Het maakt niet uit of je je handen voor je ogen doet’, zegt Tijn.
‘Hoezo?’, vraagt Fleur.
‘Je ziet hem niet maar hij is er heus wel hoor. HIj ghaat heus niet weg als je je handen voor je ogen hebt.’
Fleur kijkt tussen haar vinders door naar Tijn.
‘Je hebt gelijk’, zegt Fleur. ‘Juf, kun je de weps weg sturen?’
Juf Ciska kijkt om zich heen.
Ja. Dat kan ik’, zegt ze hard.
‘Ik kan het’, schreeuwt ze.
‘Hopsateetje. En weet je waarom, Fleur?’
Fleur schudt haar hoofd. Haar haar wappert. ‘Omdat ik net mijn diploma heb gehaald. Mijn muggen vanger diploma.
Ik ben een echte muggenvanger’, zegt ze.

De kinderen kijken elkaar aan.
De sprieten van de wesp staan even stil.
Dan kletsen de kinderen door elkaar.
De wesp beweegt weer.
Juf Ciska steekt haar hand op.
De kinderen zijn weer stil.
‘Ho ho. Hopsateetje. Wat een gekakel zeg. Jullie lijken wel kippen. Wat is er aan de hand?’
Tes staat op van haar stoel. Ze gaat voor juf Ciska staan.
Ze wijst met haar vinger naar juf.
‘Dat bestaat heus niet’, zegt Tes.
‘Wat niet?’
‘Een diploma voor muggen vangen.’
‘Heus wel’, zegt juf.
‘Heus niet. Laat maar eens zien dan.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze pulkt even in haar neus. Dan doet ze haar hand onder haar kin.
‘En een mug is geen weps’, zegt Fleur. ‘Dus ook als je wel een diploma hebt, dan telt die niet voor wepsen.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze pulkt even in haar neus. Dan doet ze haar hand onder haar kin.
‘Hopsateetje zeg. Jullie zijn slim. Maar een wesp is ook een mug. Alleen heeft hij een gestreepte pyjama aan. Of een trainingspak. Of een boevenpak.’
De kinderen lachen.
‘Dan kun je hem wel naar de gevangenis sturen, juf’, zegt Tijn.
‘Waar is je diploma dan, juf?’, vraagt Tes.
‘Thuis. Maar ik heb hem nu niet nodig. Ik weet al hoe ik die mug ga vangen.’
‘Hoe dan?’, vraagt Sam.
‘Ik zal het jullie laten zien.’


Juf Ciska zucht. Ze kijkt om zich heen.‘Zo’n boevenmug moet je goed aanpakken. Hij laat zich vast niet makkelijk vangen.’
Juf Ciska krabt haar hoofd. Ze wrijft haar gezicht. Ze doet haar handen voor haar ogen. Als ze haar handen weg haalt staan haar ogen anders.
Ze kijkt een beetje boos. Maar het lijkt ook of ze lacht. Zo kan alleen juf Ciska kijken.
‘Hopsateetje. Eh… tja… dus… jawel. Hier is juf Ciska, de wespen vanger. Ik ben de beste wespen vanger van de hele wereld. Waar is mijn wespen vangstok?’
Niemand zegt wat. Alle kinderen kijken verbaasd naar hun juf.

Juf Ciska pakt een stok van een tafel.
Ze zwiept de stok door de lucht.
ZOEF. ZWIEF.
‘Hier is Juf Ciska, de beste wespen vanger van de hele wereld. Hopsateetje. Waar is de wesp van Fleur?’
Juf Ciska sluipt op haar tenen.
Bij het raam staat ze stil. De wesp niet. Die vliegt weg.
Heel langzaam vliegt de wesp door het lokaal.
‘Ja ja, mijn kleine wesp. Hier ben ik. Hier is de beste wespen vanger. Ik ben de beste van de wereld. Kom maar Wespje. Ik zwief je wel even. Kom maar, kom maar, kom maar.’

Juf Ciska sluipt.
De wesp komt niet. Hij vliegt voor juf uit.
Juf Ciska zoeft de stok door de lucht.
ZOEF. ZWIEF.
Maar ze jaagt de wesp niet weg.
Juf zwieft nog een keer.
‘Hopsateetje. Jij mormel. Jij hoort niet in dit lokaal’, roept ze.
Juf Ciska staat stil bij een tafel achter in het lokaal.
Op de tafel ligt een kleed. Ze pakt het kleed. Daarna zwaait ze het soepel over haar schouders.

‘Je ziet er uit als een echte superheld, juf’, zegt Tijn.
Juf Ciska lacht.
‘Hier is de wespenvanger. Geef je over, ellendige wesp’, roept ze.
Daarna zwaait ze naar de wesp en slaat.’
ZOEF.
Mis...
RAAK.
Juf Ciska zwiept een vaas van de kast.
Met veel lawaai valt de vaas op de vloer.
‘Ik heb een vaas geraakt. Hopsate, en ach en wee. Ik heb een vaas geraakt. Gelukkig is hij nog heel.’

De wesp vliegt door als of er niets aan de hand is. Hij vliegt naar het raam. Naar een plek waar hij al eerder was.
Daar vliegt de wesp rondjes. Hij ruikt aan het raam.
‘Het lijkt wel of de wesp naar buiten wil, juf’, zegt Tes.
Juf Ciska spreidt haar armen.
‘Jongens en meisjes, meisjes en jongens. Hier ben ik. Met mijn wespen vangstok.’
Juf Ciska staat er bij als een circus artiest.
Ze is geen juf meer, zo lijkt het, maar een echte wespen vanger.
Juf zwaait de stok boven haar hoofd.
Ze steekt haar tong uit, loopt naar de wesp en slaat.
MIS.
RAAK.
Kinkel de rinkel. Rinkel de kinkel.

Alle kinderen schrikken.
Juf Ciska schrikt.
Juf heeft het raam stuk gemaakt.
Scherven vallen op de vloer.
Tes zit met haar handen voor haar oren.
Net zoals Tijn. En Fleur. En Sam.
Net als Cars.
Alle kinderen zitten er stilletjes bij. Juf Ciska staat als een standbeeld. Ze staat muisstil.
Kaarsrecht en met grote ogen van de schrik.

De deur van het lokaal gaat open.
Meester Geert stormt binnen. Hij kijkt en kijkt. Hij ziet de scherven.
Hij kijkt naar juf Ciska.

Dan lacht meester Geert.
Hij lacht als nooit daarvoor.
Hij slaat op zijn eigen knieën.
‘Juf Ciska, wat doe je nu?’, vraagt meester Geert.
‘Hopsateetje. Ik eh. Er is een wesp. En die wil ik weg jagen.’

‘Het is gelukt, juf’, roept Fleur.
‘Wat is gelukt Fleur?’, vragen meester Geert en juf Ciska op hetzelfde moment.
‘Nou, de weps is weg. Ik denk dat hij door het raam naar buiten is gevlogen.’
Meester Geert lacht.
‘Dan heb je dat goed gedaan juf’, lacht hij.
Juf Ciska staat een beetje gek bij.
‘Ga jij maar voorlezen’, zegt meester Geert vriendelijk.
‘Dan ruim ik de scherven wel op. Dan bel ik de schilder. Die moet maar even een nieuw raam brengen.’

Juf Ciska loopt naar haar stoel.
Ze houdt haar mantel om.
‘Hopsateetje zeg. Dat is goed gelukt.’

‘Zeg dat wel juf. Dank je wel’, zegt Fleur. ‘Maar de volgende keer hoef je van mij geen raam stuk te maken hoor.’
Juf Ciska glimlacht.
‘Dat zal ik proberen’, zegt ze.

©Jelte van der Kooi 9-7-2012